Wat is 'Seeing' en hoe beïnvloedt het je foto's?
Je kent het wel: je staat buiten met je telescoop, hebt je camera perfect afgesteld en je hebt een prachtig object in het vizier.
Je drukt op de knop en... je foto is een beetje wazig. Niet scherp zoals je had gehoopt. Vaak is de boosdoener dan 'Seeing'. Het is een onzichtbare factor die een enorme rol speelt bij hoe scherp je opnames uiteindelijk worden.
Het is de reden dat de maan soms rustig boven je huis hangt, en op andere momenten lijkt te trillen alsof je door water kijkt. Dit fenomeen bepaalt voor een groot deel de kwaliteit van je platen.
Seeing is eigenlijk de stabiliteit van de atmosfeer. Het gaat over hoeveel de lucht zelf beweegt, warrelt en trilt op een bepaalde hoogte.
Denk aan de lucht boven een hete barbecue; je ziet de lucht bewegen. Hetzelfde gebeurt er in de hogere lagen van onze dampkring, soms op kilometers hoogte. Deze turbulentie verstrooit het licht van verre objecten net voordat het bij jouw telescoop aankomt. En dat zorgt ervoor dat je beeld niet stabiel is, wat vooral bij lange belichtingstijden een uitdaging wordt.
Waarom Seeing je beeld beïnvloedt
Zonder stabiele lucht is het voor je telescoop onmogelijk om een scherp beeld te vormen. Je camera probeert een foto te maken van een onderwerp dat constant een minieme beweging maakt.
Over een korte belichting van een fractie van een seconde zie je dit nog niet, maar zodra je gaat fotograferen met belichtingstijden van enkele seconden of langer, ga je dit direct terugzien in je foto. De sterren worden wazige stippen in plaats van scherpe punten, en details op de maan vervagen. Het is een fabeltje dat dit alleen voorkomt bij slechte telescopen.
Zelfs met een zeer dure telescoop, zoals een Explore Scientific ED127 of een Sky-Watcher Evostar 150/1200, kan je op een 'slechte' avond geen scherpe foto's maken.
De lucht is de bottleneck. Seeing is de limiterende factor die bepaalt hoeveel detail je uit je telescoop kunt halen. Een telescoop met een grote aperture (bijvoorbeeld 200mm) zal de slechte seeing vaak nog meer benadrukken dan een kleinere. Je kunt de seeing inschatten door gewoon met je ogen te kijken, zonder camera.
Hoe herken je goede en slechte seeing?
Kijk naar een heldere ster, laag aan de horizon (niet te laag, want dan kijk je door te veel lucht). Als de ster rustig staat en er niet lijkt te bewegen, is de seeing goed.
Als de ster flink flikkert, snel van kleur verandert of lijkt te dansen, dan is de atmosfeer erg onrustig. De kleurverandering (rood, blauw) is een teken van 'scintillatie' en duidt op turbulentie. Je kunt dit ook in je camera-software zien.
Als je een live-view aanzet en inzoomt op een ster, zie je de pixel-helderheid constant veranderen.
Dit is het 'scintilleren'. Op goede avonden is de helderheid stabiel. Op slechte avonden flitst het beeld heen en weer. Dit is direct de informatie die je nodig hebt om te beslissen of het zin heeft om nu te gaan fotograferen of dat je beter een kopje thee kunt drinken en kunt wachten.
De oorzaken van turbulentie
De grootste boosdoener is vaak de opwarming van de aarde overdag. Zonne-energie warmt het asfalt, het zand en de daken op.
Als de zon ondergaat, geeft deze warmte langzaam af aan de lucht. Dit zorgt voor opstijgende warme lucht en dalende koude lucht, wat een soort 'soep' van turbulentie creëert. Dit effect is het grootste net na zonsondergang en neemt vaak pas laat in de avond af, als de grond is afgekoeld.
Vooral bij zomerse dagen is de seeing vaak pas na middernacht acceptabel.
Daarnaast zijn er andere factoren. Wind speelt een rol; boven de boomtoppen en daken is de wind vaak harder en zorgt voor meer verstoring. Ook luchtverontreiniging en vochtigheid kunnen de boel onrustig maken. Een andere, vaak vergeten, factor is je eigen telescoop.
Als je telescoop direct boven een warm dak hangt of boven het asfalt van een parkeerplaats, zuigt hij deze turbulentie op. Zelfs de warmte van je eigen lichaam of die van een nabijgelegen verwarming kan je beeld beïnvloeden.
Een plan van aanpak: meten en waarnemen
Je kunt de seeing op een simpele manier inschatten met je eigen materiaal. Je hebt niet veel nodig.
Een telescoop met een redelijke diafragma (bijvoorbeeld 80mm of meer), een okulair met een brandpuntsafstand van 10mm tot 20mm (om flink in te zoomen) en eventueel je camera om live-view te checken.
Een stabiel statief of montering is essentieel, zodat je zeker weet dat beweging van de mount niet de oorzaak is. Een handige tool om de seeing visueel te beoordelen is de Antoniadi-seeing schaal. Deze schaal loopt van I (uitstekend) tot V (zeer slecht).
Je vergelijkt wat je ziet met de beschrijvingen op de schaal. Dit geeft je een objectieve maatstaf.
- Check de weersvoorspelling: Kijk niet alleen naar bewolking, maar ook naar de windkracht (minder dan 15 km/u is fijn) en de dauwpunt temperatuur. Als het dauwpunt dicht bij de luchttemperatuur ligt, ontstaat er snel mist of dauw, wat de seeing verpest.
- Zoek een goede locatie: Ga ver van warmtebronnen staan. Vermijd daken en asfalt. Een grasveld of koele ondergrond is ideaal. Zorg dat je geen straatlantaarns direct in je gezicht of naast je telescoop hebt staan.
- Laat je telescoop acclimatiseren: Zet je telescoop minimaal 30 tot 45 minuten buiten voordat je begint. De buis van de telescoop moet zelf ook de omgevingstemperatuur aannemen. Anders ontstaat er warmte-stroming ín de buis, wat je beeld net zo goed verpest.
- Kies je doelwit slim: Begin niet meteen met een planeet pal boven de horizon. Een object op 40 tot 60 graden hoogte heeft minder lucht om doorheen te kijken en is vaak rustiger. De maan is een perfect testobject.
- Test de seeing visueel: Gebruik een okulair met een hoge vergroting (bijvoorbeeld 5mm, oftewel 200x vergroting op een 1000mm telescoop). Kijk naar de rand van de maan of een heldere ster. Zie je details 'dansen'? Dan is de seeing matig tot slecht. Blijft het beeld redelijk stabiel? Ga ervoor!
- Check live-view op je camera: Zet je camera op 'live-view' en zoom digitaal in (niet optisch) op een ster of de maan. Als de helderheid constant flitst of de randen bewegen, wacht dan even. Probeer het over 15 minuten opnieuw.
Veelgemaakte fouten
Je kunt deze schaal online makkelijk vinden en uitprinten. Handig om naast je telescoop te leggen. Een klassieke fout is te vroeg beginnen. Direct na zonsondergang is de lucht vaak nog veel te onrustig door de opwarming van de dag.
Zelfs als de hemel er helder uitziet, kan de seeing dramatisch zijn. Wees geduldig.
De beste tijd is vaak vanaf 2 uur na zonsondergang, en soms zelfs pas diep in de nacht. Een andere fout is het verkeerd afkoelen van je telescoop. Zet je telescoop niet direct na een warme kamer buiten.
De koude nachtlucht zal ervoor zorgen dat er condens ontstaat op de spiegels en lenen (het zogenaamde 'beslaan'). Dit maakt je beeld direct wazig.
Gebruik eventueel een fan om je telescoop langzaam af te koelen, of zet hem al vroeg in de avond buiten. Veel beginners gebruiken te hoge vergroting bij slechte seeing. Als de atmosfeer turbulent is, helpt het niet om verder in te zoomen.
Je vergroot dan alleen maar de turbulentie. Een lagere vergroting kan soms een scherper beeld geven, omdat de telescoop minder detail probeert te vangen dat er simpelweg niet is op dat moment.
Technieken om de impact te verminderen
Hoewel je de lucht niet kunt stillen, zijn er trucjes om meer uit een matige avond te halen. Eén van de krachtigste technieken voor wie de Melkweg wil vastleggen, is 'lucky imaging'.
Hierbij maak je niet één lange opname, maar honderden tot duizenden hele korte opnames (video).
Van al die korte opnames is er altijd wel eentje waar de lucht even 'meewerkt' en het beeld scherp is. Software kan de scherpste frames selecteren en samenvoegen tot een superieure foto. Gebruik hiervoor een camera die hoge framerates aankan, zoals een planetaire camera (bijvoorbeeld van ZWO of QHY).
Je kunt dit ook met een spiegelreflex of systeemcamera doen door in 'burst-modus' te schieten, maar een dedicated planetaire camera werkt vaak beter. De sluitertijd moet kort zijn, bijvoorbeeld 5 tot 20 milliseconden, om beweging te bevriezen.
Filters kunnen ook helpen. Een 'IR-pass' filter (infrarood) of een 'Dual Narrowband' filter (zoals een Optolong L-Pro of L-Ultimate) kan soms helpen omdat deze golflengten minder gevoelig zijn voor bepaalde soorten turbulentie. Dit werkt vooral goed bij objecten die licht geven, zoals planetaire nevels of sterrenstelsels, maar heeft weinig effect op heldere objecten zoals de maan of planeten. Vergeet niet dat het belang van dark frames en flat frames cruciaal blijft voor een strak eindresultaat. Astronomie is een sport van wachten.
Het belang van geduld
Het accepteren van de seeing is een cruciale vaardigheid. Soms sta je uren buiten en maak je maar één goede opname.
En dat is oké. De voldoening van die ene, scherpe foto van Jupiter of Saturnus weegt op tegen tien wazige. Probeer niet te forceren.
Als de lucht slecht is, is het beter om je apparatuur schoon te maken, notities te maken of gewoon te genieten van de sterrenhemel met je ogen. Je leert vanzelf de patronen herkennen.
Je merkt dat na een koude dag met weinig wind de seeing vaak fantastisch is. En na een hete zomerdag met weinig bewolking is het avonds vaak een drama. Deze kennis helpt je om je waarnemerssessies beter te plannen. Je zult je minder frustreren en vaker resultaat zien.
Checklist voor je volgende sessie
Voordat je je spullen inpakt en de deur uitgaat, loop je even dit lijstje na.
- Weercheck: Is het helder? Hoeveel wind? Wat is de dauwpunt temperatuur?
- Tijdstip: Is het al 2 uur na zonsondergang? Is het diep in de nacht?
- Locatie: Sta ik op een koele plek, ver van warmtebronnen?
- Acclimatisatie: Is mijn telescoop al minimaal 30 minuten buiten?
- Test: Heb ik met een okulair of live-view gecheckt hoe de seeing is?
- Verwachting: Is de seeing goed genoeg voor hoge resolutie of ga ik voor een brede opname?
Dit voorkomt teleurstelling en zorgt dat je weet wat je kunt verwachten. Het helpt je om realistische doelen te stellen voor de avond.
Als je deze stappen volgt, ben je beter voorbereid dan de meeste beginners. Je zult minder snel gefrustreerd raken door wazige foto's en je zult begrijpen waarom het soms niet lukt. Seeing is geen vijand, het is gewoon de atmosfeer die doet wat hij doet. Met de juiste kennis en voorbereiding kun je er het beste uit halen wat er op dat moment in zit.
