Wat is het verschil tussen een CMOS en een CCD sensor?

Portret van Redactie Martijn de Valk, Redactie
Redactie Martijn de Valk
Redactie
Technische Diepgang & Wetenschap · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Je staat in het donker, de lucht is helder en je wilt eindelijk die melkweg vastleggen.

Dan kom je een lastige keuze tegen: kies je voor een CMOS- of een CCD-sensor in je astrocamera? Het voelt alsof je een geheim moet kraken, maar maak je geen zorgen. We gaan het gewoon helder uitleggen, alsof we samen aan de keukentafel zitten met een kop koffie en een stukje sterrenkaart.

Wat is een sensor eigenlijk?

Een sensor is het hart van je astrocamera. Het is een chip die het licht van sterren en nevels omzet in elektrische signalen. Zonder sensor is je telescoop alleen een verrekijker voor de maan.

De sensor bepaalt hoe goed je foto’s worden, hoe snel je kunt fotograferen en hoeveel ruis je ziet in je opnames.

De twee belangrijkste types zijn CMOS en CCD. CMOS staat voor Complementary Metal-Oxide-Semiconductor.

CCD staat voor Charge-Coupled Device. Beide doen hetzelfde werk: ze vangen licht op. Maar ze doen het op een compleet andere manier.

Die verschillen bepalen hoe je camera presteert bij sterrenkijken. Waarom is dit belangrijk voor jou?

Omdat je camera je ogen worden in de nachtelijke hemel. Een verkeerde keuze kan je frustreren met ruis, trage opnames of een te klein gezichtsveld. Een goede keuze geeft je heldere sterren, diepe nevels en vlottere bewerking.

Hoe werkt een CCD-sensor?

Een CCD-sensor is als een ouderwetse filmrol: het licht valt op een rij pixels en de lading wordt stap voor stap doorgeschoven naar een uitleeschip. Elke pixel geeft zijn lading door aan de buurman, net als een emmer water die wordt doorgegeven.

Dit zorgt voor een zeer uniforme uitlezing. Deze manier van werken geeft weinig ruis en een hoog contrast. Dat is fijn voor zwart-wit fotografie of voor het vastleggen van zwakke nevels.

Veel amateur-astrofotografen met een klassieke camera zoals de Sbig ST-8300M of een QHY9 zweren bij CCD voor die reden.

Er zijn ook nadelen. CCD’s zijn vaak langzamer en verbruiken meer stroom. Ze zijn ook gevoeliger voor warmte, waardoor je een goede koeling nodig hebt.

Een typische CCD-koeling haalt de sensor 20 tot 30 graden onder omgevingstemperatuur, wat nodig is om ruis te minimaliseren. Prijzen voor CCD-astrocameras liggen vaak hoger.

Een instapmodel zoals een QHY163C (CMOS) is verkrijgbaar voor rond de €700, terwijl een vergelijkbare CCD-camera zoals een Sbig STF-8300 makkelijk €2000 tot €3000 kan kosten.

Je betaalt voor de stabiliteit en de lage ruis.

Hoe werkt een CMOS-sensor?

Een CMOS-sensor leest elke pixel apart uit. Elke pixel heeft zijn eigen versterker en analoge-digitaalomzetter.

Dat klinkt ingewikkeld, maar het betekent vooral: sneller en zuiniger. De sensor kan razendsnel beelden uitlezen, wat handig is voor planetaire fotografie of voor het vastlegken van snelle bewegingen. CMOS-sensors zijn de laatste jaren enorm verbeterd. Moderne modellen hebben weinig ruis, een hoge kwantumefficiëntie en een groot dynamisch bereik.

De ZWO ASI294MC Pro is een populair voorbeeld. Deze camera heeft een 14-bit diepte en een resolutie van 19 miljoen pixels.

De prijs ligt rond de €1200 tot €1500. Een ander voordeel is de prijs-kwaliteitverhouding.

Voor dezelfde prijs als een basiss CCD-camera krijg je vaak een CMOS-camera met meer pixels en betere prestaties bij weinig licht. De QHY168C is een andere optie, rond de €900, met een grote sensor en goede kleurenweergave. CMOS-sensors kunnen wel last hebben van “hot pixels” en ruis bij langere sluitertijden.

Maar moderne camera’s hebben ingebouwde ruisreductie, zoals “dark frame subtraction”. Je maakt een donkere opname zonder licht en de software haalt die ruis weg uit je foto.

Verschillen in prestaties bij sterrenkijken

Bij deep-sky fotografie (melkweg, nevels) telt elke foton. CCD’s zijn historisch beter in het vastleggen van zwakke signalen zonder extra ruis. Ze hebben een lagere “read noise”, wat betekent dat je bij lange belichting minder korreltjes ziet, al blijft de impact van kosmische straling op je camerasensor een factor om rekening mee te houden.

Dat is fijn als je een 10-minuten opname maakt van de Andromedanevel.

CMOS-sensors zijn daarentegen beter in het vastleggen van snel bewegende objecten. Hun hoge uitleessnelheid maakt het makkelijker om planetaire opnames te maken, waar je soms duizenden frames per seconde nodig hebt.

Een camera zoals de ZWO ASI174MC is ideaal voor de maan en planeten, rond €600. Er is ook een verschil in “full well capacity”. Dit is hoeveel licht een pixel kan opvangen voordat hij overloopt.

CCD’s hebben vaak een hogere capaciteit, wat handig is bij heldere sterren of de maan.

CMOS-sensors zijn verbeterd, maar bij extreme helderheid kunnen ze nog steeds “clipping” vertonen. De keuze hangt dus af van wat je wilt fotograferen. Voor diepe nevels met weinig licht is een CCD soms beter. Voor snelle objecten en een budgetvriendelijke setup is CMOS vaak de beste keuze. Veel moderne astrofotografen kiezen voor CMOS vanwege de veelzijdigheid.

Prijzen en modellen voor je setup

Om je een idee te geven: een instap CMOS-astrocamera zoals de ZWO ASI120MC-S kost ongeveer €300.

Dit is een leuke starter voor de maan en planeten. Wil je meer diepte? De ZWO ASI294MC Pro ligt rond €1200 en is een uitstekende allrounder. Voor CCD is de Sbig STF-8300 een klassieker, rond €2500.

Het is een betrouwbare keuze voor serieuze deep-sky fotografie. Een andere optie is de QHY163C (CMOS) voor ongeveer €700, die een goede balans biedt tussen prijs en prestatie.

Denk ook aan accessoires. Begrijpen hoe Peltier-koeling werkt is essentieel, vooral voor CCD-fotografie.

Een externe voeding kost €50 tot €100. Voor CMOS heb je soms een USB-hub nodig, rond €30. En vergeet niet de filters: een set LRGB-filters voor €150 tot €300 maakt je setup compleet.

Budgettip: begin met een CMOS-camera als je net begint. Ze zijn goedkoper en veelzijdiger.

Als je later overstapt naar meer gespecialiseerde fotografie, kun je altijd een CCD toevoegen. Zo bouw je je setup stap voor stap op.

Praktische tips voor je keuze

Kijk eerst naar wat je wilt fotograferen. Voor planeten en de maan is CMOS vaak sneller en goedkoper.

Voor diepe nevels en melkwegfoto’s kun je overwegen om meer te investeren in een CCD of een high-end CMOS.

Let op de sensorformaat. Een grotere sensor geeft een breder gezichtsveld, wat fijn is voor grote nevels. De ZWO ASI294MC Pro heeft een APS-C formaat, wat goed past bij veel telescopen.

Een kleinere sensor is handiger voor hogere resolutie bij planeten. Test je camera bij voorkeur eerst.

Veel winkels en clubs laten cameras zien. Of vraag rond in een forum zoals het Astro-Forum of de Nederlandse Vereniging voor Sterrenkunde. Gebruikerservaringen zijn goud waard. Sluit af met een simpele regel: kies wat bij je past en je budget.

Een CMOS-camera van €500 kan al prachtige foto’s maken. Een CCD van €2000 geeft je misschien die extra diepte, maar vereist meer geduld.

Het belangrijkste is dat je geniet van het proces en de sterren.

Portret van Redactie Martijn de Valk, Redactie
Over Redactie Martijn de Valk

Expert content over telescopen sterrenkijken astronomie

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Technische Diepgang & Wetenschap
Ga naar overzicht →