De impact van kosmische straling op je camerasensor

Portret van Redactie Martijn de Valk, Redactie
Redactie Martijn de Valk
Redactie
Technische Diepgang & Wetenschap · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Je staat op een donkere plek, ver van de stad, en je hebt net je camera op je telescoop gemonteerd. Je wilt die ene spiraalvormige sterrenstof vastleggen.

Je start een lange belichting van vijf minuten en terwijl de sluiter open blijft, sluipen er onzichtbare vijanden je sensor op. Zonder dat je het ziet, vallen kosmische stralen je beeld aan. Het resultaat? Paarse vlekken en rare stippen die je nabewerking tot een nachtmerrie maken.

Je hoeft geen raketwetenschapper te zijn om dit te begrijpen. Kosmische stralen zijn gewoon hoog-energetische deeltjes, meestal protonen, die door het heelal reizen en op aarde belanden.

Ze komen van de zon, van verre supernova’s of uit het centrum van ons melkwegstelsel. Wanneer zo’n deeltje met volle kracht inslaat op je camerasensor, veroorzaakt het een kleine flits van lading die je als een vreemd pixel of een groepje pixels ziet.

Waarom dit jouw astrofoto’s beïnvloedt

Veel fotografen denken dat ruis alleen komt door warmte, maar kosmische stralen zijn een heel andere bron van rommel. Ze zijn vooral zichtbaar bij lange belichtingen en bij donkere opnames, zoals deep-sky fotografie.

Als je vijf minuten lang de sluiter open hebt, is de kans dat er een deeltje inslaat best groot. Het is niet iets dat je met een simpele ruisreductie in Photoshop zomaar weghaalt. Het mooie is: je kunt het wel beheersen.

Je hoeft niet direct een nieuwe camera te kopen. Met de juiste technieken en een beetje planning beperk je de schade enorm.

Het gaat erom dat je begrijpt wat er gebeurt op die kleine silicium chip. Als je weet hoe het werkt, kun je betere keuzes maken in je opnameproces. Stel je voor: je maakt een opname van de Andromedanevel.

Je ziet na het stackeden een paarse vlek midden in de spiraalarm. Die vlek is niet te vermijden, maar je kunt hem wel minimaliseren.

Het is een kwestie van slimme software en soms een andere hardware-keuze.

Laten we de kern van het probleem eens bekijken.

Hoe het werkt op je sensor

Een camerasensor is eigenlijk een verzameling miljoenen kleine putjes die licht omzetten in elektrische lading. Wanneer een kosmisch deeltje raakt, maakt het een spoor van ionisatie in de sensor.

Dit zorgt voor een plotse, lokale toename van lading. Het resultaat is vaak een heldere stip of een korte lijn, afhankelijk van de hoek van binnenkomst.

De meeste moderne sensoren zijn CMOS, zoals die in de ZWO ASI294MC Pro of de Canon EOS Ra. Deze sensoren zijn gevoelig voor zichtbaar licht én voor infrarood, maar ze reageren ook op deze hoog-energetische deeltjes. Het leuke is dat de sensor zelf het deeltje niet “ziet”, maar de elektrische lading die het achterlaat.

Dat is wat jij als ruis of artefact ziet. Er is een verschil tussen “hot pixels” en kosmische stralen.

Een hot pixel is een vast defect in de sensor dat bij elke opname verschijnt. Een kosmische straal is willekeurig. Het kan in elke opname op een andere plek voorkomen. Bij een lange belichting van 300 seconden kan een enkele inslag een groep van 5 tot 20 pixels beïnvloeden, afhankelijk van de energie van het deeltje.

De impact hangt af van de grootte van de pixel. De invloed van pixelgrootte op de resolutie van je foto's is hierbij cruciaal; grotere pixels, zoals die in full-frame camera’s, vangen meer licht maar zijn ook gevoeliger voor deze inslagen.

Een camera met kleine pixels, zoals een dedicated astrocamera van ZWO of QHY, heeft vaak minder last van grote artefacten, maar de ruis kan fijner zijn. Overweeg ook of je een focal reducer wilt gebruiken; het is een afweging.

Modellen, prijzen en de juiste keuze

Als je serieus bent over astrofotografie, kijk je naar dedicated camera’s. De ZWO ASI533MC Pro is een populaire keuze.

Deze camera heeft een relatief kleine sensor (10,9 x 10,9 mm) en pixelgrootte van 3,45 micron. De prijs ligt rond de €1.200. Het voordeel van deze camera is de koeling.

Een koudere sensor produceert minder thermische ruis, wat helpt bij het onderscheiden van kosmische stralen. Een andere optie is de QHY268C, een cooled camera met een APS-C formaat sensor.

Deze kost ongeveer €1.500. De grotere sensor geeft meer gezichtsveld, maar de grotere pixels (3,76 micron) vangen meer deeltjes.

Toch is de koeling van je astronomische camera hier essentieel. Een koude sensor maakt de “vaste” ruis patronen voorspelbaarder, zodat je de willekeurige kosmische inslagen beter kunt herkennen. Voor de budgetbewuste fotograaf is er de Canon EOS 60Da, een tweedehands model rond €400-€600. Deze camera is speciaal gemaakt voor astrofotografie met een verhoogde gevoeligheid voor waterstof-alfa.

Zonder koeling is de thermische ruis hoger, wat de detectie van kosmische stralen moeilijker maakt. Je zult hier meer moeten stacken om de rommel eruit te halen.

Als je een telescoop gebruikt, zoals een Sky-Watcher Evostar 80ED (prijs rond €900), wil je een camera die goed matcht. Een camera met een kleine sensor, zoals de ZWO ASI294MC Pro (€1.000), past goed op een diafragma van f/7, zonder dat je een flatteners nodig hebt. De combinatie van koeling en een kleine sensor vermindert de zichtbaarheid van kosmische stralen aanzienlijk.

Praktische tips om de schade te beperken

Je hoeft niet te wanhopen. Met een paar simpele stappen kun je de impact van kosmische stralen minimaliseren.

Het begint bij je opnameproces. Gebruik altijd meerdere korte belichtingen in plaats van één lange. Stel je voor: in plaats van één opname van 10 minuten, maak je 20 opnames van 30 seconden.

  1. Maak een serie calibration frames: darks, flats en bias. Dark frames helpen om vaste ruis patronen te verwijderen, wat de willekeurige stralen beter zichtbaar maakt.
  2. Gebruik software zoals PixInsight of DeepSkyStacker. Deze programma’s hebben algoritmen die cosmic ray artefacten herkennen en verwijderen tijdens het stacken.
  3. Controleer je opnames op hot pixels. Als je een hot pixel map maakt, kun je die later toepassen op je lange belichtingen.
  4. Overweeg een camera met actieve koeling. Een koude sensor vermindert thermische ruis, waardoor je de kosmische stralen beter kunt onderscheiden.

De kans dat een deeltje in elke opname inslaat is klein, en als het gebeurt, is de impact beperkt tot enkele pixels.

Een handige truc is het gebruik van een “sigma clipping” algoritme tijdens het stacken. Dit verwijdert statistische uitschieters, zoals kosmische stralen, zonder de fijne details van je sterrenstof aan te tasten. Probeer dit eens met je volgende stapel opnames van de Orionnevel. Je zult zien dat de paarse vlekken verdwijnen.

Als je merkt dat je sensor erg gevoelig is voor straling, kun je overwegen om de camera te beschermen met een dunne laag aluminiumfolie, maar dat is meestal niet nodig voor amateur-astrofotografie. De atmosfeer absorbeert al veel, en de meeste sensoren zijn redelijk beschermd.

Het gaat vooral om het proces: korte belichtingen, goede kalibratie en slimme software. Denk ook aan de locatie. Op hogere altitudes, zoals in de bergen, is de kosmische straling intenser.

Als je in Nederland op zeeniveau fotografeert, is de impact al aanwezig, maar beheersbaar.

Plan je opnames op heldere nachten zonder maanlicht, en je zult merken dat de ruis beter te beheren is. Met deze aanpak wordt je astrofotografie niet alleen schoner, maar ook leuker.

Portret van Redactie Martijn de Valk, Redactie
Over Redactie Martijn de Valk

Expert content over telescopen sterrenkijken astronomie

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Technische Diepgang & Wetenschap
Ga naar overzicht →