Sferische aberratie bij goedkope spiegeltelescopen uitgelegd

Portret van Redactie Martijn de Valk, Redactie
Redactie Martijn de Valk
Redactie
Technische Diepgang & Wetenschap · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Je koopt een goedkope spiegeltelescoop, zet hem op in de tuin, en bent vol verwachting. Je richt op de Maan, maar in plaats van een scherpe rand zie je een vage, wazige gloed rondom het krateroppervlak.

Het voelt alsof je bril verkeerd is, maar dan door de lens van de telescoop. Dit is vaak sferische aberratie, een klassieke valkuil bij budgetspiegels, en het is minder ingewikkeld dan het klinkt.

Wat is sferische aberratie eigenlijk?

Sferische aberratie betekent simpelweg dat lichtstralen die door de rand van een bolle spiegel komen, niet op hetzelfde punt focussen als stralen door het midden. Een bolle spiegel is makkelijker en goedkoper om te slijpen dan een parabolische, maar hij werkt niet perfect voor oneindig verre objecten zoals sterren.

Je ziet het effect het duidelijkst bij hoge vergrotingen: de sterren zijn niet meer puntjes, maar kleine schijfjes, en de Maan heeft een zachte, vervagende rand. Hoe groter de opening (diameter) en hoe korter de brandpuntsafstand, hoe erger de aberratie wordt. Bij een 114 mm Newton met een brandpuntsafstand van 500 mm is het vaak duidelijker zichtbaar dan bij een 150 mm met 750 mm.

Waarom is dit belangrijk? Omdat het de scherpte en contrast beperkt.

Je kunt nog steeds objecten zien, maar details in planeten of fijne structuren in deep-sky objecten vervagen. Gelukkig zijn er manieren om dit te omzeilen of te corrigeren.

Hoe je het herkent en wat het doet met je beeld

Stel je voor dat je door een ouderwetse glazen bol kijkt: de randen zijn waziger dan het midden. Bij een telescoop zie je dat terug in de randvervaging van de Maan of in de halo rond sterren.

Een typisch kenmerk is dat je, na scherpstellen, de randen nooit echt scherp krijgt, ook niet met een fijnmazige focusknop. De kern van het probleem is geometrisch: een bolle spiegel focust licht niet in één punt, maar in een kleine zone. Hoe groter de diameter van de spiegel, hoe groter die zone wordt.

Bij kleine openingen (zoals 60-70 mm) is het effect vaak miniem en storen weinig amateurs.

Bij 114 mm en 130 mm modellen met een korte buis (zoals de SkyWatcher Heritage 130P) is het een bekend verschijnsel. Je merkt het vooral bij hoge vergrotingen, bijvoorbeeld met een 6 mm of 9 mm oculair. Een 10 mm Plössl geeft al een goede indruk, maar een 6 mm geeft de ware aard van de aberratie bloot. Bij lage vergrotingen (25-32 mm) is het effect minder storend en zie je vooral een breder beeldveld.

Waarom goedkope telescopen hier last van hebben

Veel budgetspiegels gebruiken een bolle hoofdspiegel omdat die goedkoper is om te produceren. Een parabolische spiegel vereist precisieslijpen en is duurder.

Merken zoals SkyWatcher, Bresser en Omegon bieden vaak bollen spiegels in hun instapmodellen om de prijs laag te houden. Denk aan de SkyWatcher Heritage 130P: die heeft een parabolische spiegel en is iets duurder, rond €200-€220. De Heritage 100P (100 mm, bol) is vaak rond €120-€140 en laat duidelijk sferische aberratie zien.

De Bresser Messier 5" (130 mm) met bolle spiegel kost ongeveer €180-€200 en heeft een vergelijkbaar probleem.

Deze prijsklasse is ideaal voor beginners, maar de afweging is duidelijk: je krijgt een grotere opening voor minder geld, ten koste van optische perfectie. Voor planetaire waarnemingen (Jupiter, Saturnus) merk je de beperking sneller dan voor deep-sky objecten zoals de Orionnevel. Er zijn ook duurdere alternatieven: een 150 mm f/8 Newton met parabolische spiegel kost al snel €400-€500.

Hier is de aberratie minimaal, maar de prijs en het gewicht nemen toe. Kies je voor een Maksutov-Cassegrain (bijvoorbeeld een Celestron C90, rond €300), dan is de aberratie door de correctieplaat sterk verminderd.

Praktische oplossingen en tips om ermee om te gaan

  1. Kies een parabolische spiegel als je budget het toelaat. De SkyWatcher Heritage 130P (€200-€220) is een uitstekende stap om aberratie te minimaliseren zonder de bank te breken.
  2. Gebruik een Barlow-lens of oculairen met een langere brandpuntsafstand. Een 2x Barlow vermindert de effectieve opening en verlaagt de aberratie bij hoge vergroting. Een 10 mm Plössl (€30-€50) geeft vaak een beter beeld dan een 6 mm.
  3. Verlaag de vergroting bij slechte seeing. Zie je halo's? Probeer een 25 mm oculair in plaats van een 6 mm. Dit vermindert de zichtbare aberratie en geeft een helderder beeld.
  4. Collimatiesleutel en precisie. Een slecht gecollimeerde telescoop verergert aberratie. Gebruik een collimatiesleutel (€15-€25) en controleer elke sessie. Een goed gecollimeerde bolle spiegel presteert beter dan een verkeerd gecollimeerde parabolische.
  5. Filters en contrast. Een maanfilter (€15-€20) verhoogt het contrast en maakt vervaging minder storend. Voor planeten helpt een blauw filter (€10-€15) om details scherper te tonen.

Een andere optie is het zelf aanpassen van de spiegel, maar dat is voor gevorderden. Sommige amateurs slijpen een bolle spiegel licht parabolisch, maar dit vereist speciale gereedschappen en geduld. Voor de meeste beginners is het kiezen van de juiste telescoop en oculairen de slimste stap.

Keuzes in prijsklassen en alternatieven

Voor €100-€150 vind je modellen zoals de Bresser Junior 60/700 of de Omegon 70/700. Deze kleine openingen hebben weinig last van aberratie, maar geven ook minder detail.

Ze zijn prima voor de Maan en heldere planeten op lage vergroting.

tussen €150 en €250 kom je in de zone van de 114-130 mm telescopen met bolle spiegels. De SkyWatcher Heritage 100P (€120-€140) en Bresser Messier 5" (€180-€200) zijn typische voorbeelden. Hier is aberratie duidelijk zichtbaar, maar de prijs-kwaliteit is goed voor beginners.

Wil je minder aberratie zonder zwaar te worden? Kijk naar Maksutov-Cassegrains. De Celestron C90 (90 mm, €300-€350) of de SkyWatcher Skymax 127 (€350-€400) bieden een compact ontwerp met weinig aberratie.

Ze zijn duurder, maar lichter en makkelijker te vervoeren. Voor wie serieus planetaire details wil, is een 150 mm f/8 Newton met parabolische spiegel een betere investering (€400-€500). Hier is de aberratie verwaarloosbaar en is het beeld scherp tot aan de rand. Combineer met goede oculairen (bijvoorbeeld een Baader Hyperion 8 mm, €100-€120) en ontdek hoe een Peltier-koeling ruis vermindert voor optimaal resultaat.

Afronding: hoe je verdergaat zonder frustratie

Onthoud dat sferische aberratie geen einde betekent voor je hobby. Veel amateurs genieten nog steeds van de Maan, sterrenhopen en deep-sky objecten met een bolle spiegel.

Het is een kwestie van verwarming aanpassen: lagere vergroting, betere collimatie en slimme oculairen of een focal reducer helpen enorm.

Probeer je eerste waarneming met een 25 mm oculair en bouw langzaam op. Als je merkt dat de randen vervagen, schakel terug naar een lager oculair. Dit geeft je een comfortabeler beeld en meer plezier.

Investeer in een goede collimatiesleutel en een maanfilter. Samen kosten ze minder dan €40 en maken een groot verschil. Een goed onderhouden telescoop presteert beter en vermindert de zichtbare aberratie. Als je budget het toelaat, overweeg dan een upgrade naar een parabolische spiegel of een Maksutov-Cassegrain.

De SkyWatcher Heritage 130P (€200-€220) is een logische volgende stap zonder de bank te breken.

Je zult merken dat de beelden scherper worden en de randvervaging afneemt. Verdiep je ook eens in de wiskunde achter het stacken van beelden om je resultaten naar een hoger niveau te tillen. Geniet vooral van het proces.

Sterrenkijken is een reis, geen race. Met een beetje kennis en de juiste instellingen haal je het meeste uit je goedkope telescoop, ongeacht de sferische aberratie. Veel kijkplezier!

Portret van Redactie Martijn de Valk, Redactie
Over Redactie Martijn de Valk

Expert content over telescopen sterrenkijken astronomie

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Technische Diepgang & Wetenschap
Ga naar overzicht →