Het gebruik van curven in Photoshop voor astrofotografie
Je hebt net een waanzinnige opname van de Orionnevel gemaakt, de belichting is perfect en je ziet zo veel details. Maar als je het bestand op je computer openklapt, zit er een grauwe, saaie waas over het beeld.
De sterren zijn wat flets en de prachtige kleuren lijken verstopt. Herkenbaar? Dit is waar de magie van Photoshop en het Curven-gereedschap begint. Dit is het moment waarop je jouw data transformeert van een rauwe, donkere foto in een sprankelend sterrenstelsel.
Veel beginnende astrofotografen zijn bang voor de Curven. Ze zien een ingewikkeld lijnenspel en weten niet waar ze moeten beginnen.
Maar het is echt het krachtigste gereedschap in je digitale gereedschapskist. Ik leg je precies uit hoe je het gebruikt, zonder moeilijk gedoe. Gewoon helder en praktisch, zodat jij vanavond je foto's naar een hoger niveau tilt.
Wat zijn Curven eigenlijk?
Stel je een grafiek voor. Helemaal linksonder is het zwart (de schaduwen).
Helemaal rechtsboven is het wit (de hooglichten). De lijn in het midden, van onder naar boven, laat alle grijstinten ertussen zien. Die lijn heet de curve.
Door aan die lijn te trekken, bepaal jij wat er met je foto gebeurt.
Je kunt de lijn omhoog trekken om een gebied lichter te maken, of omlaag om het donkerder te maken. Het is alsof je de helderheid van specifieke delen van je foto aan het aanpassen bent, met ongelooflijke precisie. In plaats van een simpel schuifje voor 'helderheid' dat alles evenveel verandert, geef je met Curven opdrachten.
Je zegt bijvoorbeeld: "Maak de donkerste delen nóg donkerder, maar de middentinten een stuk lichter." Dat is precies wat je nodig hebt voor astrofotografie. We willen de achtergrond (de hemel) donker houden om ruis te verbergen, maar de objecten (sterren, nevels) juist naar boven halen.
Waarom is dit onmisbaar voor jouw sterrenfoto's?
Elke camera, of het nu een gewone spiegelreflex is of een gespecialiseerde ZWO ASI-gevoelige sensor, legt in eerste instantie een 'plat' beeld vast. De data zit er allemaal in, maar de contrasten zijn laag.
De reden is simpel: we willen geen enkele data verliezen. Door te fotograferen met een lage ISO en een korte sluitertijd (of juist veel lange sluitertijden te stapelen) bewaren we alle details.
Het gevolg is een onderbelichte, saaie foto. Dat is prima, dat is de basis. Het doel van nabewerking is om die verborgen informatie tevoorschijn te halen en de lichtinformatie van verre sterrenstelsels en de dieprode wolkjes van de waterstofwolken in de Melknevel te onthullen.
Curven zijn hier de beste tool voor omdat ze het contrast op een niet-lineaire manier aanpassen. Je kunt de schaduwen en hooglichten onafhankelijk van elkaar bewerken. Dit is essentieel om te voorkomen dat je je prachtige sterren omtovert in lelijke blokken pixels (clipping) of dat je de achtergrond te licht maakt en de foto er onnatuurlijk uit gaat zien.
De kern van de zaak: stap voor stap werken
Oké, aan de slag. Open je foto in Photoshop.
De snelste manier om het Curven-gereedschap te openen is met de toetscombinatie Ctrl+M (of Cmd+M op een Mac). Je krijgt een dialoogvenster met een diagonale lijn. De meeste standaard-foto's hebben een S-vormige curve nodig om er 'normaal' uit te zien, maar bij astrofotografie doen we het vaak net iets anders.
Eerst de basis: de lucht. Klik midden op de lijn en trek hem een klein beetje omlaag.
Dit maakt de hele foto donkerder. De achtergrond van je hemel wordt nu dieperzwart.
Je ziet direct dat de sterren er meer uitspringen. Dit is een 'negatieve offset'. Je hoeft niet bang te zijn dat je sterren verliest; die zitten vaak al in het helderste deel van je histogram. Nu de magie: de nevels.
Klik ergens halverwege de curve (bijvoorbeeld op het 25%-punt van de as) en trek dit stuk omhoog. Dit licht de middentinten op.
De delen van je foto die net iets helderder zijn dan de zwarte achtergrond (zoals de melkweg of een planetaire nevel) komen nu prachtig tevoorschijn. Je kunt ook een tweede punt hogerop plaatsen en die iets omhoog trekken om de helderste delen (de kern van de nevel) nog meer te accentueren. Voor degenen die het wat verder willen brengen: je mooiste deepsky-opnames op groot formaat printen is een geweldige volgende stap. Maak hiervoor een selectie van je hoofdobject met het Lasso-gereedschap (maak een ruime selectie rondom) en voeg een Curven-laag toe via 'Laag > Nieuwe aanpassingslaag > Curven'.
Alles wat nu in die selectie valt, pas je aan zonder de rest van de foto aan te raken.
Dit is ideaal om de roodkleurige emissienevel in de Melkweg extra te versterken.
Modellen en software: wat kost het?
Curven zijn geen product, maar een gereedschap. Het mooie is dat je deze techniek overal kunt toepassen.
De basisvaardigheden leer je met de software die je waarschijnlijk al hebt.
Ik focus hier op Adobe Photoshop, de standaard in de amateur-astrofotografie-wereld. Adobe Photoshop (Creative Cloud Fotografie-plan): Dit is de gouden standaard. Je krijgt Photoshop en Lightroom voor ongeveer €12,99 per maand. Overweeg je echter een overstap naar gespecialiseerde beeldbewerking? Lees dan of PixInsight de beste keuze is voor smart telescopen.
Het is het geld meer dan waard. De Curven-aanpassingslaag geeft je de meeste controle, met mogelijkheden om in RGB-kanalen (Rood, Groen, Blauw) te werken. Dit is cruciaal voor kleurcorrectie van je sterrenstelsels. Gratis alternatieven: Je hoeft niet direct te betalen.
GIMP is een krachtig gratis programma voor je desktop dat bijna identieke Curven-functionaliteit heeft.
Voor op je telefoon/tablet zijn apps als Snapseed (gratis) en Adobe Lightroom Mobile (ook gratis) fantastisch. Ze hebben allebei een Curven-tool waarmee je direct effect ziet.
Lightroom Mobile werkt trouwens naadloos samen met de desktopversie als je later overstapt. De 'pro' stap: Er zijn gespecialiseerde softwarepakketten voor astrofotografie zoals PixInsight (rond €250 voor een licentie) of Sequoia (gratis). Deze programma's hebben complexe curven-modules (zoals de Histogram Transformation) die specifiek zijn ontworpen om ruis te minimaliseren en dynamisch bereik te optimaliseren. Als je serieus bent met fotograferen met een Newton telescoop of een Schmidt-Cassegrain, is dit het overwegen waard, maar begin met Photoshop en de beste plugins voor astrofotografie om de basis te leren.
Praktische tips voor de beste resultaten
Je wilt natuurlijk geen ruis versterken. Als je de schaduwen te ver omhoog trekt, haal je niet alleen de nevel tevoorschijn, maar ook de korrelige achtergrond.
Blijf altijd kijken naar het ruisniveau. Een donkere achtergrond is mooier dan een heldere maar korrelige achtergrond. Zoek de balans. Gebruik de 'Pipet' in het Curven-venster.
Als je op de pipet klikt en dan ergens in je foto klikt wat je wit wilt hebben (bijvoorbeeld een heldere ster), trekt Photoshop de curve automatisch voor je. Dit is een geweldige start om je witbalans te corrigeren.
Een te blauwe ster? Klik erop en de curve past het aan.
Probeer de RGB-curven apart te gebruiken. In het Curven-venster kun je kiezen voor 'Rood', 'Groen' of 'Blauw'. Trek de rode curve bijvoorbeeld iets omhoog bij de middentinten om je emissienevels meer rood te geven. Dit maakt het verschil tussen een saai wit/groen object en een prachtige rode nevel.
Pas op dat je niet te veel kleurzweem creëert. En tot slot: sla je werk op in een aparte laag of als .PSD bestand.
Je wilt je originele, rauwe data nooit kwijtraken. Experimenteer erop los, want elke sterrenhemel is anders. De ene avond is de achtergrond helderder door lichtvervuiling, de andere avond is het pikdonker.
Pas je curven daarop aan. Succes met je volgende sessie!
