Adelaarsnevel (M16) en de Pillars of Creation: Is het mogelijk?

Portret van Redactie Martijn de Valk, Redactie
Redactie Martijn de Valk
Redactie
Deep Sky Objecten Fotograferen · 2026-02-15 · 7 min leestijd

Stel je voor: je staat in het donker, met je telescoop gericht op het sterrenbeeld Serpens. Daar, ver boven je zuidelijke horizon, zweeft een prachtig object: de Adelaarsnevel, of Messier 16. In het hart van deze nevel vind je een van de beroemdste foto's die de mensheid ooit heeft gemaakt.

De Pillars of Creation. Een sprookjesachtig landschap van gas en stof, waar nieuwe sterren geboren worden.

Maar is het mogelijk om deze iconische pilaren zelf vast te leggen? En, nog fascinerender: bestaan ze eigenlijk nog wel?

Ken je klassiekers: Pillars of Creation

De Pillars of Creation, oftewel de Scheppingszuilen, zijn een verzameling enorme gas- en stofwolken. Ze staan op een afstand van ongeveer 7000 lichtjaar van ons vandaan, in de Adelaarsnevel (M16). Deze nevel is in de zomermaanden met een goede verrekijker of telescoop te spotten, maar om de pilaren zelf te zien, heb je echt een flinke setup nodig.

De linkerpilaar is met ongeveer 4 lichtjaar lang een kolos; de rechterpilaar is de helft korter.

Dit is geen statisch landschap. Onderzoekers zoals A.F. McLeod en zijn team hebben berekend dat de pilaren langzaam verdampen.

Ze verliezen ongeveer 70 zonsmassa's aan stof per miljoen jaar. Op dit moment bevindt er zich nog zo'n 200 zonsmassa's aan materiaal in de pilaren. Tegen de tijd dat we deze regio over 3 miljoen jaar opnieuw bekijken, zullen ze waarschijnlijk volledig verdwenen zijn.

Het beroemde beeld dat we allemaal kennen, komt van de Hubble-ruimte-telescoop. Op 1 april 1995 (geen grap!) maakte Hubble een foto met de Wide Field and Planetary Camera 2.

Die ene foto veranderde alles. Het toonde de kosmos niet als een koude, lege plek, maar als een actieve, bijna tastbare werkplaats. In de jaren daarna is er nog veel meer onderzoek gedaan. In 2014 keek Hubble opnieuw, nu met de geavanceerdere Wide Field and Planetary Camera 3.

Andere telescopen zagen de pilaren op andere manieren: de Herschel Space Observatory van de ESA in 2011 (infrared) en de Chandra X-Ray Observatory van de NASA in 2001 (röntgenstraling). Elke nieuwe blik onthult weer een andere kant van deze mysterieuze zuilen.

Het licht van 7000 jaar geleden

Hier wordt het echt interessant voor ons sterrenkijkers. De afstand tot de Adelaarsnevel is 7000 lichtjaar. Wat betekent dat?

Het licht dat nu in je telescoop of camera terechtkomt, is 7000 jaar geleden de reis begonnen. We kijken dus naar het verleden. De vraag die iedereen zich stelt is: als de pilaren over 3 miljoen jaar verdwenen zijn, bestaan ze dan nu nog?

James Webb Space Telescope

Het antwoord is: waarschijnlijk niet meer. Door de lichtvertraging zien we ze nog steeds, maar in de 'echte' tijd zijn ze waarschijnlijk al lang en breed opgelost door de sterke straling van de jonge, hete sterren eromheen.

We kijken naar een ghost from the past. Dat maakt het vastleggen van de pilaren extra bijzonder; je vangt een beeld op van iets dat misschien al niet meer bestaat.

De James Webb Space Telescope (JWST) heeft de Pillars of Creation opnieuw gefotografeerd, en dat leverde adembenemende beelden op. Waar Hubble vooral de donkere, stofrijke contouren liet zien, kijkt Webb door het stof heen met zijn infraroodcamera's. Je ziet nu veel meer details van de jonge, felrode sterren die zich binnen de pilaren bevinden. Het is alsof je een bos van binnenuit verlicht.

Ruimtevaart in China

Voor amateur-astronomen is dit fantastisch. Het toont aan dat er nog zoveel te ontdekken valt.

Hoewel de JWST niet voor ons is, inspireert hij wel om met onze eigen apparatuur op zoek te gaan naar wat wél binnen ons bereik ligt. De ruimtevaart staat niet stil. China heeft met de Chinese Space Station (CSS) een eigen thuisbasis in de ruimte.

Ze hebben er al verschillende telescoopjes op gelanceerd, zoals de Xuntian. Hoewel die nog niet op het niveau van Hubble of Webb zijn, laten ze zien dat er steeds meer spelers op het veld komen.

Dit gebeurde vandaag in 1979

Dit betekent dat we in de toekomst waarschijnlijk nog meer en vaker prachtige beelden van deep-sky objecten zoals M16 te zien krijgen. Het stimuleert ook de ontwikkeling van nieuwe technologie die uiteindelijk ook in de amateur-markt terechtkomt. Terug in de tijd, want nostalgie hoort erbij.

Op 5 april 1979 vond er een belangrijke gebeurtenis plaats in de geschiedenis van de telescoopbouw: de 200-inch Hale Telescope op Mount Palomar werd voor het eerst 's nachts gebruikt met een nieuwe, geavanceerde spectrograaf.

Hoewel dit ver voor de Hubble-foto's was, legde dit soort onderzoek de basis voor het begrip van objecten als M16. Het toont aan hoeveel werk er al decennang lang in steekt om de geheimen van de nevels te ontrafelen. Het is een goede herinnering dat we op de schouders van reuzen staan.

Zelf de Adelaarsnevel fotograferen: Is het te doen?

Oké, de hamvraag: kun je dit zelf? Ja, maar het is een uitdaging.

De Adelaarsnevel is een 'deep-sky object'. Dat betekent dat het geen puntbron is zoals een ster, maar een diffuus object dat weinig licht uitzendt. Om de Pilaren van de Schepping vast te leggen, heb je meer nodig dan alleen een telescoop en een camera.

Je hebt een combinatie nodig van een goede mount, een snelle lens of telescope, en heel veel geduld (of een autoguider). De pilaren zijn donker en fijnmazig.

Een kleine telescoop zal ze waarschijnlijk niet tonen als de iconische zuilen, maar meer als een wazige vlek.

Om de structuur te zien, heb je waarschijnlijk een telescoop met een diafragma van minimaal 150mm nodig (zoals een Celestron NexStar 8SE of een Sky-Watcher 150/750). Een groter diafragma (bijvoorbeeld 200mm of meer) helpt enorm om het licht te verzamelen. Belangrijker nog is de mount. Een stabiele equatoriale mount die 'trackt' is essentieel.

Zonder goede tracking (zoals een HEQ5 of EQ6 mount) krijg je vage strepen in plaats van scherpe sterren. De totale setup kan snel oplopen van €1500 voor een basis-DSLR setup tot €4000+ voor een serieuze astrograaf met cooled camera.

Apparatuur en technieken

Wat voor apparatuur heb je nodig? Laten we het concreet maken.

  • Camera: Een spiegelreflex of systeemcamera (DSLR of mirrorless) die 'raw' kan opnemen. Een Canon EOS 600D of Nikon D5300 zijn populaire starters. Prijzen tweedehands: €200-€400. Voor de gevorderde: een dedicated astrocamera zoals een ZWO ASI294MC Pro (rond €1200).
  • Telescoop/Lens: Een telelens van minimaal 200mm (bijvoorbeeld een Samyang 135mm f/2.0, rond €400) werkt ook voor de bredere context. Voor de pilaren zelf is een Schmidt-Cassegrain of Newton van 200mm diafragma ideaal (€800-€1500).
  • Mount: De Sky-Watcher HEQ5 Pro is de standaard voor amateur-astrofotografie (rond €1200). Zonder deze klasse mount is het lastig om lang belichtingen te maken.
  • Accessoires: Een autoguider (zoals de ZWO Mini Guide Scope + ASI120MM Mini, rond €350) is bijna noodzakelijk voor belichtingen langer dan 1 minuut. Ook een dew shield/heater is essentieel tegen vocht.

De techniek is 'lange belichting'. Je maakt niet één foto van 10 minuten (dat levert ruis op), maar tientallen tot honderden foto's van 1 tot 3 minuten elk. Deze worden later gecombineerd (gesumpt) in software zoals DeepSkyStacker (gratis) of PixInsight (betaald, rond €250). Dit haalt de ruis eruit en haalt de zwakke details van de nevel naar boven. Het is een kwestie van uren bezig zijn voor één resultaat, bijvoorbeeld als je het Beeldhouwer-stelsel (NGC 253) wilt fotograferen.

Praktische tips om te beginnen

Wil je dit proberen? Begin klein. Je hoeft niet meteen de Pillars of Creation te schieten. Probeer eerst een makkelijker object, zoals de Andromedanevel (M31) of de Orionnevel (M42).

Die zijn feller en vergevingsgezinder. Oefen met scherpstellen op een heldere ster.

Zorg dat je scherpstelling (focus) vastzet, bijvoorbeeld met een stukje tape of een lock-ring, zodat je camera niet meer kan verschuiven. Gebruik de 500-regel als vuistregel voor je belichtingstijd: deel 500 door je brandpuntsafstand (in mm).

Bij een 200mm lens is dat 2,5 seconden. Bij een 1000mm telescoop is dat maar 0,5 seconde. Om langer te belichten heb je dus een goede tracking mount nodig. Plan je sessie.

De Adelaarsnevel staat in de zomer laag aan de horizon. Als je twijfelt tussen de Adelaarsnevel of de Lagunenevel, zoek dan een donkere locatie ver van stadslicht (Bortle 4 of lager).

Neem warme kleding mee, een stoeltje, en veel geduld. Het is magisch om na uren van bewerken eindelijk die kenmerkende zuilen uit het ruisbeeld te zien opduiken. Het is alsof je een geheim onthult dat al 7000 jaar op je wacht. Er is een wereld aan informatie online.

Links op het internet

Zoek naar forums zoals Cloudy Nights of het Nederlandse Hemel.nl. Daar delen amateur-astronomen hun opnames en technieken.

Op YouTube vind je tutorials over het fotograferen van deep-sky objecten met specifieke camera's en telescopen.

Zoek naar 'M16 astrophotography' om te zien wat anderen met vergelijkbare apparatuur hebben bereikt. Het is een geweldige manier om te leren wat wel en niet werkt, voordat je je spaargeld investeert in nieuwe hardware.

Portret van Redactie Martijn de Valk, Redactie
Over Redactie Martijn de Valk

Expert content over telescopen sterrenkijken astronomie

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Deep Sky Objecten Fotograferen
Ga naar overzicht →